Uit promotieonderzoek van Lianne van der Veen-Mulders aan de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat gedragstherapeutische oudertraining een goede eerste stap kan zijn in de behandeling van jonge kinderen met gedragsproblemen.

De oudertraining zorgde voor verbeterde opvoedingsvaardigheden van ouders en verminderde het probleemgedrag van de kinderen. Wel bleek dat ondanks de geconstateerde verbeteringen in het gedrag bij ongeveer de helft van de kinderen een vervolgbehandeling wenselijk bleef.

Tijdens de peuter- en kleuterfase is druk, opstandig en impulsief gedrag veel voorkomend, naarmate de kinderen ouder worden neemt dat gedrag langzaam maar zeker af.

Bij een kleine groep die op twee tot vijf procent wordt geschat blijft het gedrag zodanig problematisch dat het een belemmering vormt voor hun ontwikkeling en er gesproken kan worden van een oppositionele-opstandige gedragsstoornis en/of ADHD. In vergelijking tussen oudertraining en medicamenteuze therapie bleek dat beiden effectief te noemen waren maar dat medicijnen het gedrag van de kinderen het meest beïnvloedde.

Dit vervolgonderzoek waarbij gegevens van 35 kinderen werden gebruikt was te kleinschalig om dat duidelijk te kunnen vaststellen, daartoe is een grootschaliger onderzoek noodzakelijk. Deze uitkomsten zijn derhalve niet toepasbaar in de klinische praktijk.

Bron: Springer